Mijn wijsvinger draait een rondje, ik maak een ‘wwwrrooeem’ geluid en de kinderen die net nog zo uitbundig aan tafel zaten te keten draaien hun hoofd naar mijn vinger en kijken muisstil naar wat komen gaat. “Hallo ik ben Kees” zegt de wijsvinger, Kees glimlacht trots: ‘ik ben uitgekozen’. Ook mijn andere wijsvinger kiest een kind uit: Anna. Het verhaal kan beginnen. 

“Zullen we samen spelen?” vraagt de ene vinger aan de ander. “Ja goed idee, laten we in de boom klimmen” en daar gaan ze: “klim klim klim óh wat is Kees hoog”. De wijsvinger gaat steeds hoger, totdat mijn arm helemaal gestrekt is. Daar gaat Anna: “klim klim klim”. “Wat zijn zij hoog! Kom snel naar beneden!”. In slowmotion vallen de vingers één voor één naar beneden en landen met een ‘boinnng’ op de tafel, alle kinderen moeten hard lachen. “Snel rennen!” mijn handen draaien om elkaar heen zoals ‘zo draaien wij ’t wieltje nog eens om’. De kinderen ‘rennen’ met mij mee, we gaan steeds harder en harder. Zo hard dat één wijsvinger de bocht uitvliegt en achter mijn nek belandt. Wijsvinger Anna kijkt om haar heen, ze is op zoek naar Kees maar kan hem niet vinden. Heel langzaam buigt mijn wijsvinger: ‘Anna is verdrietig, ze kan haar vriendje niet vinden’.  Sommige kinderen roepen dat Kees achter mijn nek is. Heel langzaam komt wijsvinger Kees achter mijn nek vandaan terwijl ik ‘ssssst’ zeg. Een paar kinderen doen hun handen voor de ogen omdat zij weten wat er komen gaat. Kees komt steeds dichter bij de verdrietige Anna en dan ineens roept Kees heel hard “boeh” waarop Anna gilt: ‘aaah’. De kinderen gillen mee, nadat zij oprecht geschrokken zijn. Anna vertelt aan Kees dat zij verdrietig was omdat ze Kees niet kon vinden, Kees biedt zijn excuses aan, ze geven elkaar een kus en dan is het verhaaltje afgelopen. “Nog een keer nog een keer!” roepen de kinderen in koor. Ik herhaal het vinger-verhaaltje nog een keer.

Deze vinger-voorstelling heb ik al zo vaak gespeeld voor de kinderen maar het blijft een succes. De groep is binnen no-time gefocust, stil en we hebben samen plezier. De kinderen weten precies hoe het verhaal verloopt en toch blijven zij het spannend vinden als de wijsvinger achter de nek vandaan komt en vervolgens ‘boeh’ roept. Dit soort verhaaltjes zijn een uitkomst als je bijvoorbeeld ergens op moet wachten.

Mijn dank is groot aan Titia, een peuterleidster die mij enorm heeft geïnspireerd in mijn stageperiode.